In den beginne
Wist je dat?
Projecten
Over ons
Columns
Gezondheid
Filmpjes
Niet Blij
Winkel
Linkjes
Ik ben omdat jij bent

Ik ben omdat jij bent, is het fundament van het grootste deel van de Afrikaanse cultuur, en heeft invloed op het hele leven: van de gezondheidszorg, het familieleven tot de politiek. En het is de kern van een aantal van de lessen die westerlingen zouden kunnen leren van Afrika, die ik hieronder zal beschrijven.

De Afrikaanse wortels van de democratie

Volgens de historici stamt de Europese democratie uit het antieke Griekenland. Mis! De Grieken hebben hun democratie weer van de oude Egyptenaren, zwarten die, opgejaagd door invasies uit Azië, zuidwaarts migreerden. Tijd voor een nieuw kijk op de traditionele Afrikaanse democratie. Recent academisch onderzoek heeft de migratie van de Egyptenaren herleid tot verschillende gebieden in Afrika, waaronder delen van Ghana en Ivoorkust, waar de Akan (het volk waartoe ik behoor) democratische tradities in stand houden die helemaal teruggaan tot het oude Egypte.

De Afrikaanse democratie die tot op de dag van vandaag wordt toegepast in dorpen en steden in het hele continent, verschilt in vele opzichten van Westerse democratie, wat het feit kan verklaren dat de westerse democratie na tientallen jaren pogingen nog steeds niet echt werkt in Afrika. In de Afrikaanse democratie bestaat bijvoorbeeld geen georganiseerde oppositie. De macht is gestructureerd als een piramide. Bovenaan staat de koning, die soevereine macht uitoefent, bijgestaan door een raad van oudsten en onderhoofden. In dit systeem, dat nog steeds wordt toegepast door de Akan, stroomt ultieme macht van het volk aan de basis van de piramide naar de top, waar de koning troont. Dit is niet te vergelijken met de structuur van de macht in autocratisch Europese monarchieën.

Een koning of stamhoofd van de Akan heeft bijvoorbeeld niet meer macht dan die hem is gegeven door het volk. Hij is gewoonlijk voor zijn leven aangesteld, maar de werkelijke duur van zijn regering hangt af van zijn prestaties als koning of opperhoofd. Is hij een goede koning, dan blijft hij. Is hij een slechte koning – die het volk onderdrukt of ingaat tegen hun belangen en tradities – dan wordt hij omvergeworpen door het volk, dat daarbij gebruikmaakt van vastgestelde constitutionele middelen.

Er bestaan geen geschreven constituties in de Afrikaanse democratie, maar iedereen kent zijn rol in de staat en de gemeenschap. Wetten zijn evenmin op schrift gesteld, maar iedereen kent ze. Omdat de wetten niet zijn verpakt in hoogdravende taal – zo hoog dat je een advocaat nodig hebt om ze voor je te interpreteren of jou te representeren, zoals in westerse gerechtshoven – is rechtspraak in het Afrikaanse systeem een duidelijke en rechtstreekse aangelegenheid. Het werkt als volgt: nadat er een aanklacht tegen je is ingediend volgens de vastgestelde regels, sta je terecht voor een ‘volksgerecht’, samengesteld uit de koning op het stamhoofd, zijn raad van oudsten en iemand die geldt als een wijze in de gemeenschap. Getuigen worden opgeroepen en ondervraagd door de hele vergadering, waarna er een jury wordt aangewezen om een oordeel te vellen over de overtreding.

De uitspraak van de jury wordt openbaar gemaakt, en boetes en straffen worden opgelegd, corresponderend met de ernst van de overtreding of misdaad. Als de zaak wordt behandeld door een lager hof, dan is er een systeem van hoger beroep, dat uitkomt bij de koning, wiens oordeel bindend is. In vergelijking met het westerse rechtssysteem is het Afrikaanse veel minder kostbaar, waardoor iedereen gelijk is voor de wet. In dit systeem is niet eens ‘rechtsbijstand’ nodig.

De Afrikaanse democratie kan de rest van de wereld veel leren over beslissingsprocessen. Minder belangrijke dagelijkse beslissingen worden genomen door de koning of het stamhoofd in samenspraak met de raad van oudsten. Maar belangrijke beslissingen, die de hele gemeenschap aangaan, worden genomen door het volk – het hele volk. De taak van de koning is dan alleen het uitvoeren van de beslissing die is genomen door het volk. (Zo had, in de Afrikaanse context, Tony Blair Groot-Brittannië nooit de oorlog kunnen laten verklaren aan Irak tegen de wil van het volk in.)

Een voorbeeld: als in het Afrikaanse systeem een dorp een school wil bouwen, roept het stamhoofd de hele gemeenschap bijeen op het dorpsplein onder de bomen (gewoonlijk binnen een week). Dat is onze wetgevende macht, te vergelijken met een gemeenteraad of parlement. Er worden die dag breedvoerige en verhitte discussies gevoerd over de nieuwe school. Het staat iedereen vrij zijn mening te zeggen. Er is geen georganiseerde oppositiepartij, maar de tegengestelde gezichtspunten worden krachtig en vrijelijk geuit binnen de regels en normen van de gemeenschap. Niemand wordt gearresteerd of het zwijgen opgelegd omdat hij een tegengestelde mening heeft. Het stamhoofd of de koning is de laatste die aan het woord komt, maar dit niet in de westerse zin, dat hij ‘het laatste woord’ heeft. Aan het eind van de dag wordt er bijna altijd een consensus bereikt, die vervolgens door de koning of het stamhoofd wordt uitgevoerd volgens de vastgestelde regels.

Ondanks de zware aanslag op de traditionele Afrikaanse democratie door het kolonialisme en de latere uitvoering ervan, de export van westerse democratie, is het Afrikaanse systeem in dorpen en steden over het hele continent nog altijd springlevend. Vergeet niet dat zo’n zeventig procent van de Afrikaanse bevolking nog steeds leeft in afgelegen gebieden, waar dit systeem gangbaar is.

Vandaar dat in Afrika de problemen met de ‘democratie’ beginnen op het nationale niveau, waar de Afrikaanse democratie is vervangen door westerse systemen (met alle verwarring die georganiseerde oppositie, mediapropaganda, verkiezingsfraude en alles-of-niets-verkiezingen met zich mee brengen). De Afrikaanse democratie heeft altijd gewerkt in de rurale gebieden, omdat voor Afrikanen het groepsbelang voorop staat. ‘Ik ben omdat jij bent’ is onze eerste leidraad. Het is de verbindende factor. Het betekent ‘zonder jou of de gemeenschap, ben ik niemand of besta ik niet.’ Daarom delen we ons leven – in voor- en tegenspoed. ‘Gemeenschapsdenken’ is dus ons organiserende principe.
 
Eén grote familie

In Afrika blijft het familieleven niet beperkt tot een man, vrouw en twee kinderen. Familie betekent man, vrouw, kinderen, en deze ‘extended family’ (uitgebreide familie) bestaande uit honderden leden. Dit staat in scherp contrast met de toenemende vervreemding en gevoelens van leegheid in de moderne wereld. De extended family is van groot belang in samenlevingen waar het westerse sociale vangnet niet bestaat. Weer is het principe ‘ik ben omdat jij bent’ van toepassing. Dit betekent dat de familie of gemeenschap de welvaart deelt. De meer welgestelde leden delen met de anderen die het wat minder meezit in het leven. Dit is een heilige plicht. Ik help jou, jij helpt de volgende man of vrouw, en die helpt weer een volgende en zo gaat de welvaart rond en heeft iedereen tenminste iets om van te leven; zelfs in onze zogenaamde armoede.

Daarom wordt in veel Afrikaanse landen gezegd dat ‘mensen tovenaars zijn’. We delen onze welvaart en onze zorgen. Zo kunnen we zelfs onder de meest miserabele economische omstandigheden overleven. Hoewel de toenemende verwesterlijking ook in grote delen van Afrika (vooral in de steden) de geest van individualisme heeft gebracht, houdt de eeuwenoude filosofie ‘Ik ben omdat jij bent’ nog steeds stand. En ook de magie ervan. In tegenstelling tot in het Westen, waar ouderdom wordt geassocieerd met nutteloosheid, staat in Afrika ouderdom gelijk aan wijsheid. ‘Grijze haren’ worden gerespecteerd en de gemeenschap profiteert van de ervaring van bejaarden.

Als ik vroeger advies nodig had over vrouwen en huwelijk, ging ik naar mijn opa of opa (of mijn vader of moeder) in plaats van een zelfhulp boek te lezen of een hulpdienst te bellen waar je te woord wordt gestaan door iemand die zelf misschien niet eens is getrouwd. Het vreselijke concept van ‘bejaardenhuizen’ is niet bekend in het grootste deel van Afrika. Ouderen blijven thuis wonen. Ze worden verzorgd door hun kinderen of familieleden en worden daarom niet geplaagd door isolatie of eenzaamheid.

De herleving van de oude geneeskunst

De westerse wetenschap heeft in Afrika de traditionele geneeskunst vervangen. Maar misschien bevatten geneeskrachtige kruiden en planten die eeuwenlang werden gebruikt, wel de sleutel tot de gezondheid van de mensheid. In de dagen dat Afrikanen geen weet hadden van de Westerse geneeskunst, vertrouwden de mensen volledig op Afrikaanse kruiden, planten, boomschors en wortelen voor genezingsdoeleinden – en leefden ze vaak lang.

Toen ik opgroeide in Ghana, was er een aantal oude mensen van wie werd gezegd dat ze in hun jeugd kruiden hadden geslikt voor een lang leven; misschien was het een mythe, maar een feit is wel dat ze inderdaad heel oud werden. Alle statistieken van de Wereldgezondheidsorganisatie, de Verenigde Naties en andere internationale organisaties – en gewone waarneming in Afrika zelf – laten zien dat levensverwachting steeds korter wordt. Afrikanen sterven nu jonger dan in de tijd van hun grootouders.

Het baart daarom grote zorgen dat in deze tijd, waarin de traditionele Afrikaanse geneeskunst is vervangen door westerse medicijnen, Afrikanen gemiddeld korter leven dan hun grootouders. Dankzij het kolonialisme en het westerse onderwijs, hebben de meeste Afrikanen vandaag de dag een minachting voor hun traditionele medicijnen. Ondanks de uitgestrektheid en grote verscheidenheid zijn er in heel Afrika weinig tot geen westers geschoolde Afrikaanse artsen te vinden die hun patiënten Afrikaanse kruiden voorschrijven. Soms schrijven ze Chinese kruiden voor, maar nooit Afrikaanse. En toch verdienen westerse farmaceutische bedrijven miljarden dollars door Afrika te beroven van kruiden, planten, schors en wortels waarvan de werkzaamheid is bewezen, voor de productie van medicijnen.

In mijn geboortedorp in Ghana waren vijf reusachtige neembomen op het dorpsplein onze ‘apotheek’. Ze vormden onze remedie tegen malaria (doodsoorzaak nummer een in Afrika), gele koorts en veel andere ziekten. Mensen uit andere dorpen kwamen voor bladeren en schors van onze neembomen als ze die nodig hadden. Vorig jaar, toen ik thuiskwam met vakantie, waren de neembomen verdwenen. Er was een christelijke prediker (een Ghanees die zich uitgaf voor een ‘profeet’) opgedoken die had gezegd dat de bomen gerooid moesten worden, omdat ze volgens hem ‘kwade geesten’ herbergden die de dorpsbewoners kwaad berokkenden. U kunt zich voorstellen hoe kwaad ik was toen ik dit verhaal hoorde. Niet alleen had deze ‘profeet’ ons dorp beroofd van zijn schoonheid en eigenheid (de bomen gaven het dorp een eigen karakter) hij had ook onze apotheek verwoest. Nu moesten mensen vijf kilometer reizen naar de dichtstbijzijnde neemboom.

Totdat Afrikanen weer eerbied krijgen voor de geneeskrachtig krachten van kruiden en planten, totdat we begrijpen waardoor de mensen van de generatie van onze grootouders zo lang leefden, zullen moderne Afrikanen steeds korter leven. De les voor de wereld in dit geval is dat we de natuur niet de rug kunnen toekeren. Wat de wetenschap ons ook aan pillen voorzet, de geneeskrachtige kruiden en planten van Afrika en elders in de wereld vormen nog steeds een belangrijke sleutel voor de gezondheid van de mensheid.

Het landleven

Afrika heeft zijn agrarische erfgoed behouden, waardoor het op het Westen voorligt in biologisch boeren en in de erkenning van de vitale relatie tussen mens en land. Ondanks de enorme industriële ontwikkeling in Afrika sinds de onafhankelijkheid, leeft de bevolking nog steeds overwegend in agrarische gemeenschappen. De landbouw is de grootste werkgever, ook al beschouwen sommige ontwikkelingsdeskundigen een Afrikaanse boer als een werkloze. Afgezien van enkele landen waar een redelijk percentage van de landbouw is gemechaniseerd, is de landbouw in Afrika nog grotendeels een kwestie van hard handwerk.

Het goede nieuws is dat de Afrikaanse landbouw overwegend biologisch is, wat het continent een enorme voorsprong geeft in deze tijd waarin westerse consumenten teruggrijpen op biologisch voedsel en de prijzen de pan uit rijzen. Op de lange duur zal Afrika er winst bij hebben als het de drang kan weerstaan om kunstmest en pesticide te gebruiken en in plaats daarvan zijn eigen eeuwenoude biologische productiemethoden verder te ontwikkelen.

In Afrika is landbouw niet alleen een economische activiteit, maar ook een spirituele. De meeste religieuze riten en feesten staan er direct in verband met de agrarische cyclus: voorbereiden van het land, planten, regentijd, de oogst, enzovoort. De landbouw is ingebed in de kosmologie van de meeste Afrikaanse culturen. Tijdens religieuze riten en feesten probeert met door middel van gebed en offers de goden en voorvaderen ertoe te verleiden het volgende en daaropvolgende jaar nog overvloediger oogsten te schenken.

En weer is het verbindende principe: ‘Ik ben omdat jij bent’ (of in het geval van de voorouders en goden: ‘wij zijn omdat zij waren’). Als Afrikanen worden afgesneden van hun agrarische wortels, zal er een grote leegte in hun leven komen.

Baffour Ankomah is hoofdredacteur van New African, een maandblad dat het andere nieuws over Afrika brengt. Met de redactie zetelt Ankomah, geboren en opgegroeid in Ghana, in Londen.

Bron: Ode magazine


In den beginne
Wist je dat?
Projecten
Over ons
Columns
Gezondheid
Filmpjes
Niet Blij
Winkel
Linkjes